|
Hamme-Zogge
De titel klinkt een beetje zoals "de bultenaar van de Notre
Dame", maar, wees gerust behalve het kerkgebouw hebben
deze klokkenluiders niks gemeen met Quasimodo.
Bij tijd en wijle dwalen er in de kerk van Zogge een
aantal "klokofielen" rond, mannen zonder bochel, maar
wèl met eelt op de handen.
Dit clubje van zes is verantwoordelijk voor het luiden
van de klokken in de toren van de parochiekerk.
Ouderdomsdeken en opperhoofd van deze "zeeltrekkers"
is Gilbert D'Hauwe, beenhouwer op rust, tevens gekend
als "Gilbert van den Bels". Vertellen kan Gilbert als
géén ander, hij staat te popelen om zelf aan het woord
te komen.
"Het luiden van de drie klokken gebeurt nog steeds met
de hand. Een hele klus, vooral als je weet dat de
grootste klok 1200 kilogram weegt en dat er 300
kilogram tegengewichten bij hangen. Het vergt heel wat
kracht om 1,5 ton met een touw in beweging te
krijgen".
Om alle werkzaamheden tot een goed einde te brengen
beschikt Gilbert over vijf discipelen. Marc Verspecht,
Paul De Cock, Ludwig Van Ekert, Guy Michiels en Danny
Mettepenningen zorgen er samen met Gilbert voor dat de
klokken tijdig en op het juiste ritme geluid worden.
"Er zijn verschillende manieren om de klokken
te luiden", vervolgt Gilbert. "De volgorde waarin de klokken geluid
worden en de eventuele pauzes geven de reden van het klokkenconcert aan.
Elke parochiaan kent het onderscheid tussen luiden "over dood" of voor
"fitoor" (victorie).
Vroeger, werden de klokken bij een begrafenis vier maal geluid,
om 8 uur, om 9 uur, even voor 10 uur en bij het betreden van het kerkhof.
Vandaag wordt het klokkengelui echter aan
|
banden gelegd omdat de mensen klaagden over geluidsoverlast. Daarom is er vóór
acht uur 's morgens en na acht uur 's avonds geen klokkengelui meer".
Gilbert herinnert zich ook nog één en ander over de periode van de tweede wereldoorlog,
toen in 1943 de twee grootste klokken opgeëist werden door de
bezetters.
Na het einde van de oorlog werden de verdwenen klokken vervangen door twee
nieuwe exemplaren. Ook hierover kan Gilbert nog een anekdote vertellen.
"Pastoor Van Herzele besloot in 1946 dat er nieuwe klokken moesten komen in de
kerk. De aankoop van de nieuwe exemplaren moest gefinancierd worden door de
parochianen. Een extra wekelijkse omhaling in de kerk zou ervoor zorgen dat de
nodige fondsen bij elkaar gebracht werden. Mijn vader, die gehoord had dat er
hiervoor subsidies konden bekomen worden van de Belgische staat, weigerde om een
wekelijkse bijdrage te geven in de "schaal", iets wat hij ook openlijk vertelde
aan de klanten die in de winkel kwamen. Dit feit was voor de pastoor genoeg om
een vlammende preek af te steken over bepaalde Zoggenaars die anderen ertoe
aanzetten om hun bijdrage voor de klokken niet te betalen", aldus de
senior klokkenluider.
Binnenkort kunnen de Zogse klokkenluiders echter genieten van een paar dagen
welverdiende rust. Zoals iedereen weet vertrekken de klokken op Witte Donderdag
naar Rome, en komen zij pas op Paasdag terug, beladen met paaseieren, die zij
met gulle klepel uitstrooien tot groot jolijt van de kinderen uit de parochie.
Met dank aan Gilbert en Danny voor hun medewerking.
Reporter 17
|